ECLI:NL:RVS:2024:2670
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens gevaar nationale veiligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok de verblijfsvergunning van een Marokkaanse vreemdeling in en vaardigde een inreisverbod van twintig jaar uit wegens een veroordeling in België voor deelname aan IS-activiteiten. De rechtbank had het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig verklaard, onder meer omdat de vreemdeling bij bekendmaking al in Marokko verbleef en de motivering onvoldoende zou zijn.
De Raad van State oordeelt dat het terugkeerbesluit rechtmatig is genomen toen de vreemdeling nog in Nederland verbleef, ondanks dat hij bewust vertrok om de bekendmaking te frustreren. Het inreisverbod is eveneens rechtmatig omdat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat de vreemdeling een actueel gevaar vormt voor de nationale veiligheid, mede gelet op zijn minimaliserende houding en eerdere veroordeling.
De Raad van State wijst erop dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig is gemaakt, waarbij ook de situatie van de partner is betrokken. De duur van het inreisverbod is volgens de wet maximaal twintig jaar en is in dit geval passend. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het terugkeerbesluit en inreisverbod als rechtmatig bevestigd.