ECLI:NL:RVS:2026:427
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na intrekking hoger beroep asielaanvraag
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie inzake een asielaanvraag. Tijdens de procedure trok verzoeker het hoger beroep in en verzocht gelijktijdig om proceskostenveroordeling van de minister op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat proceskostenveroordeling kan worden toegewezen indien de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of het belang bij uitspraak door haar toedoen is vervallen. De minister had op 22 december 2025 het asielverzoek van verzoeker ingewilligd, waarmee het belang van het hoger beroep kwam te vervallen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van eventuele verlengingen van die termijn. Dit vormde een grond voor proceskostenveroordeling.
De Afdeling wees het verzoek toe en veroordeelde de minister tot vergoeding van € 467,00 aan proceskosten, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over de overschrijding van de beslistermijn ging.
Het besluit van de minister was volledig tegemoetkomend aan de aanvraag, en verzoeker had geen bezwaar gemaakt tegen dat besluit, zodat geen beroep van rechtswege was ontstaan.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn en het volledig tegemoetkomen aan de asielaanvraag.