ECLI:NL:RVS:2026:4300
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom tegen burgerbewoning bedrijfswoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum legde op 16 maart 2022 aan twee eigenaren van een bedrijfswoning een last onder dwangsom op om het gebruik van de bedrijfswoning als burgerwoning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan. De eigenaren, die ook bewoners waren, voerden aan dat hun bewoning noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering van het dierenasiel op het perceel en dat het overgangsrecht van toepassing was.
De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond en de eigenaren gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bevestigde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat het gebruik van de bedrijfswoning als burgerwoning niet werd beschermd door overgangsrecht. De Afdeling oordeelde dat het college niet onredelijk had gehandeld, de begunstigingstermijn passend was en de hoogte van de dwangsom niet disproportioneel.
De Afdeling nam ook de belangen van de bewoners mee, zoals het recht op privéleven en de mogelijke waardedaling van de woning, maar vond dat deze niet opwogen tegen het algemeen belang van handhaving van het bestemmingsplan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het gebruik van de bedrijfswoning als burgerwoning in strijd met het bestemmingsplan bevestigd.