ECLI:NL:RVS:2026:4402
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping beëindiging schuldhulpverlening wegens onvoldoende motivering en toewijzing schadevergoeding
Appellante was sinds 1 januari 2018 toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject met een schuld van €11.655,23. Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen beëindigde dit traject bij besluit van 5 november 2020 vanwege vermeende nieuwe schulden. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onvoldoende motivering van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat het college geen objectief overzicht van haar schulden had gegeven en dat de beëindiging onevenredig was. De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende inzicht had gegeven in de schuldontwikkeling en geen goede belangenafweging had gemaakt. Ook was de procedure niet volledig gelijkwaardig verlopen, maar dit leidde niet tot strijd met de goede procesorde.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hield, herroept het besluit van 5 november 2020, wijst een schadevergoeding van €2.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de schuldhulpverlening wordt herroepen en een schadevergoeding van €2.000 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.