ECLI:NL:RVS:2026:483
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inzageverzoek bestuurlijke documenten op grond van AVG en Wob
Appellant verzocht op grond van de AVG en de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om verstrekking van documenten over hem die berusten bij het RIEC Noord-Nederland. Verweerders hebben dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd door een overzicht van persoonsgegevens te verstrekken, maar het verzoek om inzage in bestuurlijke documenten afgewezen.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep omdat het verzoek geen inzage in persoonsgegevens betrof en dus geen aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb was. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het verzoek van appellant inderdaad gericht was op bestuurlijke documenten en niet op persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de AVG. De rechtbank heeft daarom terecht ambtshalve beoordeeld dat het verzoek geen AVG-verzoek was en dat het beroep niet-ontvankelijk is. Prejudiciële vragen zijn niet nodig omdat het verzoek niet onder artikel 15 AVG Pro valt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Verweerders hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd omdat het verzoek gericht was op bestuurlijke documenten en niet op persoonsgegevens.