ECLI:NL:RVS:2026:607

Raad van State

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
202207125/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:113 AwbArt. 8:81 AwbArt. 1.1 WooArt. 2.1 Woo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit weigering openbaarmaking UBN-nummers over destructiebedrijf Rendac Son B.V.

Stichting Animal Rights verzocht de minister om op grond van de Wob documenten over destructiebedrijf Rendac Son B.V. openbaar te maken, waaronder UBN-nummers. De minister weigerde deze nummers openbaar te maken met een beroep op privacy en vertrouwelijkheid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de UBN-nummers milieu-informatie zijn omdat zij onlosmakelijk verbonden zijn met milieu-informatie over het aanbieden van levende dieren ter destructie.

De Afdeling stelde vast dat het belang van openbaarmaking, vanwege het publieke belang bij transparantie over voedselveiligheid en dierenwelzijn, zwaarder weegt dan het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. De minister had ten onrechte de UBN-nummers niet openbaar gemaakt en het besluit werd vernietigd voor zover het deze nummers betreft.

Daarnaast werden beroepen van andere partijen tegen openbaarmaking van bedrijfsgegevens ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Stichting Animal Rights. De uitspraak benadrukt het belang van openbaarheid van milieu-informatie en de zorgvuldige belangenafweging tussen transparantie en privacy.

Uitkomst: Het besluit van 4 januari 2023 wordt vernietigd voor zover de minister de openbaarmaking van de UBN-nummers heeft geweigerd.

Uitspraak

202207125/1/A3.
Datum uitspraak: 4 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. Stichting Animal Rights, gevestigd in Den Haag,
2. [appellant sub 2], wonend in [woonplaats],
3. Partij C, gevestigd in xx,
4. Partij D, gevestigd in xx,
5. Partij E, gevestigd in xx,
6. Partij F, gevestigd in xx,
7. Partij G, gevestigd in xx,
8. Partij H, gevestigd in xx,
appellanten,
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu: de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
verweerder.
Procesverloop
Op 11 december 2022 heeft Stichting Animals Rights een beroep niet tijdig beslissen bij de Afdeling ingesteld.
Bij besluit van 4 januari 2023 heeft de minister naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1432, opnieuw een besluit genomen op het verzoek van Stichting Animal Rights tot openbaarmaking van informatie over destructiebedrijf Rendac Son B.V. Met dit besluit worden er in de eerder verstrekte documenten aanvullende gegevens openbaar gemaakt.
Tegen dit besluit hebben Stichting Animal Rights en [appellant sub 2], partij C, partij D, partij E, partij F, partij G en partij H beroep ingesteld.
De minister heeft gedingstukken vertrouwelijk aan de Afdeling overgelegd. Ingevolge artikel 8:29, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), neemt alleen de Afdeling hiervan kennis.
Partijen C, D, E, F, G en H hebben hun (persoons)gegevens, die zij in de beroepschriften hebben opgenomen, die Stichting Animal Rights heeft opgevraagd en die zij niet aan Stichting Animal Rights wensen te verstrekken aan de Afdeling toegezonden. Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb is van rechtswege toestemming verleend om mede op grondslag van de vertrouwelijke stukken uitspraak te doen.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 16 oktober 2025, waar Stichting Animal Rights, vertegenwoordigd door mr. T.J. van Alten en mr. M. van Duijn, beiden advocaat in Den Haag, en [gemachtigden], en de minister, vertegenwoordigd door mr. P.E. van der Werf, zijn verschenen.
Overwegingen
Regelgeving
1.       Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (hierna: Woo; Staatsblad 2021, 499), zoals gewijzigd bij de Wijzigingswet Woo (Staatsblad 2021, 500) in werking getreden. Artikel 10.1 van de Woo bepaalt dat de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) wordt ingetrokken. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat de Woo onmiddellijke werking heeft en dat met ingang van 1 mei 2022 besluiten op vóór de inwerkingtreding van de Woo ingediende Wob-verzoeken met inachtneming van de bepalingen van de Woo moeten worden genomen. Dat geldt in principe ook voor besluiten op bezwaar of besluiten die worden genomen na een bestuurlijke of judiciële lus. De minister heeft op 4 januari 2023 een nieuw besluit genomen. Op dat besluit is de Woo van toepassing.
2.       De bepalingen die relevant zijn voor de uitspraak zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak die hiervan deel uitmaakt.
Aanleiding
3.       Stichting Animal Rights heeft de minister op 29 oktober 2020 verzocht om op grond van de Wob documenten openbaar te maken over destructiebedrijf Rendac Son B.V. over de periode 1 augustus 2018 tot en met 29 oktober 2020. Zij heeft verzocht om:
- meldingen (welzijn/verwaarlozing landbouwhuisdieren, aanbieden niet dode dieren);
- meldingen van derden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over levende dieren tussen de kadavers;
- rapporten van bevindingen (rapport meldingen dierlijke bijproducten, rapport meldingen levende kadavers);
- processen-verbaal aangaande het "niet conform regelgeving doden van dieren en hierdoor niet dode dieren aanbieden aan Rendac";
- afschriften van waarschuwingen, (voornemens tot het opleggen van) boetes, boeterapporten, terugmeldingen, herinspecties en documenten over verscherpt toezicht, alsmede daaromtrent ingediende zienswijzen en bezwaarschriften.
4.       Stichting Animal Rights heeft beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling ingesteld tegen het uitblijven van een besluit. Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de minister, hangende het hoger beroep, een beslissing genomen op het verzoek van Stichting Animal Rights en de gevraagde documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.
Uitspraak van de Afdeling
5.       De Afdeling heeft in haar uitspraak van 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1432, geoordeeld dat een verzoek om openbaarmaking van informatie over het aanbieden van levende dieren tussen kadavers geheel over milieu-informatie gaat. Als een bedrijf levende dieren aanbiedt ter verwerking, dan houdt het zich niet aan de eisen en kan dat dus ook hinder en schade aan het milieu veroorzaken. Omdat het verzoek in zijn geheel over milieu-informatie gaat, had de minister binnen twee weken een besluit moeten nemen.
6.       De Afdeling heeft verder het beroep van Stichting Animal Rights tegen het besluit van 17 februari 2022 gegrond verklaard. Dat besluit heeft de Afdeling vernietigd omdat ten onrechte informatie op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob is weggelakt, omdat het zesde lid bepaalt dat dit artikellid niet van toepassing is op het verstrekken van milieu-informatie. De Afdeling heeft de minister opgedragen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen.
7.       Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil heeft de Afdeling aanleiding gezien om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld (de zogenoemde judiciële lus). Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat Stichting Animal Rights, als zij het niet eens is met dat nieuwe besluit, in beroep in volle omvang gronden kan richten tegen dat besluit.
Beroep niet tijdig beslissen Stichting Animal Rights
8.       Op 11 december 2022 heeft Stichting Animals Rights een beroep niet tijdig beslissen ingediend bij de Afdeling. Met het besluit van 4 januari 2023 heeft de minister daarop beslist. Stichting Animal Rights heeft het beroep niet tijdig beslissen op de zitting ingetrokken. Dit beroep behoeft daarom geen bespreking.
Nieuw besluit van 4 januari 2023
9.       Op basis van het verzoek van Stichting Animal Rights heeft de minister 72 documenten aangetroffen. Deze documenten zijn al gedeeltelijk openbaar gemaakt met het eerder genomen besluit van 17 februari 2022. Met het besluit van 4 januari 2023 heeft de minister aanvullende gegevens, waaronder bedrijfsnamen, vestigingsadressen en nummers van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK-nummers), uit de 72 eerder aangetroffen documenten openbaar gemaakt. De minister heeft de Uniek Bedrijfsnummers (hierna: UBN-nummers) en Bedrijfsrelatienummers niet openbaar gemaakt met een beroep op artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo. Deze nummers worden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) gebruikt om de juiste juridische identiteit van de ondernemer vast te stellen. Behalve dat ze door de NVWA gebruikt worden, worden ze ook door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en andere instanties en organisaties gebruikt. Door deze nummers openbaar te maken kan een ander met deze nummers of met een combinatie van deze nummers, onterecht toegang krijgen tot informatie over bedrijven die vertrouwelijk zouden moeten blijven. De nummers zijn, anders dan de Afdeling heeft geoordeeld, volgens de minister geen milieu-informatie, omdat deze informatie niet onlosmakelijk verbonden is met de milieu-informatie in de documenten. Daarom maakt de minister deze informatie niet openbaar.
10.     Enkele belanghebbenden hebben aangegeven dat hun bedrijfsnamen tot hen als personen te herleiden zijn en dat hun bedrijfsadressen eenvoudig te herleiden zijn naar hun woonadressen. De minister constateert in het nieuwe besluit dat het hier gaat om rechtspersonen die onder hun eigen naam aan het handelsverkeer deelnemen en die hier bewust voor gekozen hebben. Het belang van de persoonlijke levenssfeer kan onder genoemde omstandigheden volgens de minister niet zwaarder wegen dan het belang van openbaarmaking van de bedrijfsnamen. Hierbij acht de minister van belang dat het gaat om milieu-informatie.
Toepasselijk kader
11.     Artikel 2.1 van de Woo verwijst voor de definitie van milieu-informatie naar artikel 19.1a van de Wet milieubeheer. Ingevolge artikel 19.1a van de Wet milieubeheer wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over:
a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;
b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;
c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen;
d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving;
e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten;
f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voorzover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.
12.     Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) volgt dat het begrip milieu-informatie een ruime betekenis heeft. Zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof van 26 juni 2003, Commissie/Frankrijk, ECLI:EU:C:2003:371, punt 44. Uit de arresten van het Hof van 23 november 2016, Bayer CropScience, ECLI:EU:C:2016:890 en Commissie/ACC, ECLI:EU:C:2016:889, volgt dat onder de begrippen "emissies in het milieu" en "informatie over emissies in het milieu" niet alleen gegevens moeten worden begrepen die de daadwerkelijke uitstoot betreffen, maar ook de gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu alsook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is. De begrippen "emissies in het milieu" en "informatie over emissies in het milieu" mogen niet restrictief worden uitgelegd.
Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo bepaalt dat als sprake is van milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu, artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo niet van toepassing is. In deze leden zijn uitzonderingen op het uitgangspunt van openbaarmaking geregeld. Deze bepaling is een implementatie van de Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (zie de uitspraak van de Afdeling van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, onder 9.1-9.2).
Beroep Stichting Animal Rights en beoordeling
13.     Stichting Animal Rights betoogt dat de minister ten onrechte heeft geweigerd om de UBN-nummers openbaar te maken. Volgens Stichting Animal Rights is het UBN-nummer milieu-informatie, omdat het, net als een vestigingsadres, aangeeft waar de gevolgen voor het milieu mogelijk plaatsvinden. Zij wijst erop dat een UBN-nummer een uniek nummer is voor iedere locatie met runderen, varkens, schapen, geiten of paardachtigen. Volgens Stichting Animal Rights valt niet in te zien waarom belanghebbenden onrechtmatige acties te vrezen hebben van wie dan ook naar aanleiding van het verstrekken van een UBN-nummer, temeer nu het vestigingsadres openbaar gemaakt is. Daarnaast valt ook niet in te zien waarom de dierenartsen genoemd in documenten 7a, 13b en 22 te vrezen hebben voor dierenrechtenactivisme.
13.1.  Pas op de zitting bij de Afdeling is duidelijk geworden dat het Stichting Animal Rights ook gaat om de bedrijfsnamen van dierenartsenpraktijken die in de documenten vermeld staan. Volgens haar moeten deze bedrijfsnamen ook openbaar worden gemaakt. Dit betoog is zodanig laat naar voren gebracht dat zowel de minister als de dierenartsen niet adequaat op dit standpunt hebben kunnen reageren. De Afdeling laat dit betoog daarom wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing.
13.2.  Op de zitting is verder gebleken dat de minister het eens is met Stichting Animal Rights dat de UBN-nummers openbaar moeten worden gemaakt en dat dit in het besluit van 4 januari 2023 ten onrechte niet is gebeurd. Daarom is het beroep van Stichting Animal Rights gegrond en dient het besluit van 4 januari 2023 in zoverre te worden vernietigd.
Beroepen partijen C tot en met H en [appellant sub 2] en beoordeling
14.     Partijen C tot en met H en [appellant sub 2] voeren - in de kern - aan dat de minister hun bedrijfsgegevens (het vestigingsadres, de bedrijfsnaam en het KvK-nummer) niet openbaar mag maken. De betreffende bedrijfsgegevens betreffen persoonsgegevens. Voor zover het geen persoonsgegevens betreffen, weegt het belang van openbaarmaking niet op tegen het belang om de persoonlijke levenssfeer te eerbiedigen als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Zij benadrukken hiertoe hun vrees voor sabotage en dierenrechtenactivisme.
15.     De bestuursrechter toetst bij de beoordeling van een besluit waarbij toepassing is gegeven aan een van deze artikelen zonder terughoudendheid of het door het bestuursorgaan ingeroepen andere belang dan het algemeen belang bij openbaarmaking zich voordoet. Een bestuursorgaan heeft bij de te maken afweging tussen het algemeen belang bij openbaarmaking en het door de uitzonderingsgrond beschermde belang beoordelingsruimte, waardoor de bestuursrechter de afweging van een bestuursorgaan terughoudend toetst. Dit betekent dat de bestuursrechter toetst of het bestuursorgaan zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het algemeen belang van openbaarmaking wel of niet opweegt tegen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. Het uitgangspunt van de Woo dat er een recht op toegang tot informatie bestaat, dient in deze afweging zwaar te wegen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5627, onder 6.2).
16.     De Afdeling is allereerst van oordeel dat de bedrijfsgegevens geen persoonsgegevens zijn als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woo. Dit artikel ziet op bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) en strafrechtelijke gegevens als bedoeld in paragraaf 3.2. van de AVG. Hiervan is geen sprake. Omdat niet is uitgesloten dat de bedrijfsgegevens herleidbaar kunnen zijn naar individuele personen is het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer hier aanwezig.
17.     De informatie waarom is verzocht heeft betrekking op de toezichthoudende taak van de NVWA op voedselveiligheid en misstanden in de voedselketen door dierenartsen. Het openbaar maken van informatie over de wijze waarop een toezichthouder toezicht houdt op bedrijven dient het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Openbaarmaking van deze informatie draagt bij aan het maatschappelijk debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. Dit sluit aan bij een ontwikkeling in wet- en regelgeving en in de bestuurspraktijk van toezichthouders om in toenemende mate actief toezichtinformatie over ondernemingen openbaar te maken (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:488 en van 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2679).
18.     De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek van Stichting Animal Rights, en in dat verband ook de gevraagde bedrijfsgegevens, milieu-informatie betreft. Informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren zegt namelijk iets over de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van verontreiniging van de voedselketen. Niet alleen dierlijke bijproducten zijn een potentiële bron van risico’s voor de volksgezondheid, maar ook levende dieren die zich tussen die dierlijke bijproducten bevinden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1432, onder 5.1). De onder 14 genoemde bedrijfsgegevens bevatten op zichzelf geen informatie over de toestand van elementen van het milieu, maar zijn in dit geval wel onlosmakelijk verbonden met de informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren die wel milieu-informatie betreffen. Openbaarmaking van dergelijke misstanden is weinig effectief als deze niet gerelateerd kunnen worden aan de bedrijfsgegevens. Daarom moeten bedrijfsgegevens in dit geval ook worden aangemerkt als milieu-informatie (vergelijk de uitspraak van 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3490, onder 11.2). Anders dan Stichting Animal Rights betoogt, ziet het verzoek niet op emissiegegevens. Het verzoek richt zich namelijk op misstanden in de voedselketen en het toezicht dat daarop wordt gehouden, niet op de uitstoot van emissies als zodanig. Dat betekent dat de minister hier wel een belangenafweging moet maken.
19.     In dit geval heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het publieke belang van openbaarmaking van overheidsinformatie waaruit blijkt dat levende dieren aan destructiebedrijf Rendac Son B.V. worden aangeboden een zwaarwegend belang is, omdat deze informatie inzicht geeft hoe wordt omgegaan met de voedselveiligheid en dierenwelzijn. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het belang van openbaarmaking in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo.
20.     De betogen slagen niet.
Conclusie
21.     Het beroep van Stichting Animal Rights is gegrond. De beroepen van partijen C tot en met H en [appellant sub 2] zijn ongegrond. De Afdeling zal het besluit van 4 januari 2023 vernietigen, voor zover de minister de openbaarmaking van de UBN-nummers heeft geweigerd en bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit.
22.     De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het beroep van Stichting Animal Rights gegrond;
II.       verklaart de beroepen van partijen C tot en met H en [appellant sub 2] ongegrond;
III.      vernietigt het besluit van 4 januari 2023 met kenmerk Woo-verzoek 20-0819-II, voor zover de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de openbaarmaking van de UBN-nummers heeft geweigerd;
IV.      bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
V.       veroordeelt de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot vergoeding van Stichting Animal Rights in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VI.      gelast dat de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan Stichting Animal Rights het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026
818-1101
Bijlage
Wettelijk kader
Wet open overheid
Artikel 1.1
Eenieder heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, behoudens bij deze wet gestelde beperkingen.
Artikel 2.1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
[…]
milieu-informatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer;
[…}
Artikel 4.4
1. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken gerekend vanaf de dag na die waarop het verzoek is ontvangen.
2. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen, indien de omvang of de gecompliceerdheid van de informatie een verlenging rechtvaardigt. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.
3. Onverminderd artikel 4:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt de termijn voor het geven van een beschikking opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursorgaan de verzoeker meedeelt dat toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, tot en met de dag waarop door de belanghebbende of belanghebbenden een zienswijze naar voren is gebracht of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
[…]
5. Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken, wordt de informatie verstrekt tegelijk met de bekendmaking van het besluit, tenzij naar verwachting een belanghebbende bezwaar daartegen heeft, in welk geval de informatie wordt verstrekt twee weken nadat de beslissing is bekendgemaakt. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
6. Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken die rechtstreeks betrekking heeft op een derde of die van een derde afkomstig is, deelt het bestuursorgaan dit besluit gelijktijdig mede aan deze derde.
Artikel 5.1. Uitzonderingen
1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
[…]
d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;
e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van Pro de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt.
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
[…]
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
[…]
5. In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.
[…]
7. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.
Wet milieubeheer
Artikel 19.1a
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over:
a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;
b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;
c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen;
d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving;
e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten;
f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voorzover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.
2. De definitie van «document» in artikel 2.1 van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing.