ECLI:NL:CBB:2003:AF7108
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ambtshalve nihilvaststelling subsidies energievoorzieningen non-profit sector
Het Rythovius College heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin verleende subsidies voor energievoorzieningen ambtshalve op nihil zijn vastgesteld wegens het niet tijdig indienen van vaststellingsaanvragen.
De subsidieverlening vond plaats onder de Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren, die voorschrijft dat vaststellingsaanvragen binnen zes maanden na ingebruikneming moeten worden ingediend. Ondanks meerdere schriftelijke aanmaningen en verlengingen heeft appellant geen vaststellingsaanvragen ingediend.
Appellant stelde dat sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, mede vanwege een vermeende overgangsregeling en een 'generaal pardon' voor andere projecten. Verweerder betwistte deze stellingen en voerde aan dat appellant ruim voldoende gelegenheid had gekregen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Het College oordeelt dat verweerder bevoegd was de subsidies ambtshalve op nihil vast te stellen en dat dit in redelijkheid is gedaan. Er is geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel of willekeur. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er geen gelijke gevallen zijn. Het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden omdat appellant geen vaststellingsaanvragen heeft ingediend en daardoor niet kan aantonen dat de projecten conform subsidievoorwaarden zijn uitgevoerd.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van het Rythovius College worden ongegrond verklaard en de ambtshalve vaststelling van de subsidies op nihil gehandhaafd.