ECLI:NL:CBB:2005:AT4977
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. Van der Ham
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving overschrijding dagquotum varkenshouderij en bevoegdheid tot oplegging last onder dwangsom
Appellanten Belmij Ruim Zicht B.V. (voorheen X BV), Y en Varkensbedrijf Z B.V. (Z) maakten bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door de Minister van Landbouw wegens overschrijding van het dagquotum varkens op een locatie te A.
De kern van het geschil betrof de vraag wie als houder van de varkens moest worden aangemerkt na een vermeende bedrijfsoverdracht van X aan Z in augustus 2002. Verweerder stelde dat X nog steeds houder was en dat de last terecht aan haar was opgelegd. Het College oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het houderschap was overgegaan, mede gelet op de huurovereenkomst en feitelijke omstandigheden.
Het College verwierp het beroep van Belmij Ruim Zicht B.V. en handhaafde de last onder dwangsom. Het beroep van Y en Z werd niet-ontvankelijk verklaard en als aanvullend bezwaarschrift terugverwezen naar verweerder. De hoogte van de dwangsom werd als redelijk beoordeeld, en het beroep op eenmalige dwangsom bij duurovertreding verworpen.
De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van bestuursrechtelijke waarborgen bij het opleggen van bestuursdwang en last onder dwangsom, en bevestigt de bevoegdheid van de Minister om handhavend op te treden bij overschrijding van varkensrechten.
Uitkomst: Het beroep van Belmij Ruim Zicht B.V. wordt ongegrond verklaard en het beroep van Y en Z B.V. wordt als aanvullend bezwaarschrift terugverwezen naar verweerder.