ECLI:NL:CBB:2010:BN3895
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boetebesluit wegens mededingingsbeperkende informatie-uitwisseling tussen mobiele operators
Deze zaak betreft hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over een boete opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens overtreding van de Mededingingswet en artikel 101 VWEU Pro. Het geschil draait om een bijeenkomst op 13 juni 2001 waarbij mobiele operators vertrouwelijke informatie uitwisselden over verlaging van dealervergoedingen.
Het College heeft het onderzoek heropend en prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof heeft geoordeeld dat een onderling afgestemde feitelijke gedraging een mededingingsbeperkende strekking heeft wanneer zij, gelet op inhoud, doel en context, de mededinging concreet kan verhinderen, beperken of vervalsen, ook zonder rechtstreeks verband met consumentenprijzen.
Het College bevestigt dat er sprake was van een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen KPN, T-Mobile en Vodafone betreffende dealervergoedingen. De uitwisseling van informatie op 13 juni 2001 kon onzekerheden over het voorgenomen marktgedrag wegnemen en had daardoor een mededingingsbeperkende strekking. Hoewel de betrokken partijen tegenbewijs hebben geleverd, rust op hen de bewijslast om aan te tonen dat de afstemming geen invloed had op hun marktgedrag.
Vodafone werd toegelaten als belanghebbende in de procedure. De boetegrondslag en hoogte van de boete zijn niet onrechtmatig bevonden. Het College oordeelt dat de informatie-uitwisseling, ondanks dat het een eenmalige bijeenkomst betrof, voldoende was om de mededinging te beperken op een oligopolistische markt met hoge concentratiegraad. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete wegens mededingingsbeperkende informatie-uitwisseling tussen KPN, T-Mobile en Vodafone.