ECLI:NL:CBB:2009:BI4888
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing laboratoriumonderzoek mond- en klauwzeer en ambtshalve toetsingsverplichting
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Directeur RVV waarin zijn evenhoevige dieren verdacht werden verklaard van mond- en klauwzeer (mkz) en maatregelen werden opgelegd. Het geschil spitste zich toe op de rechtmatigheid van het besluit, mede in het licht van laboratoriumonderzoek door ID-Lelystad, dat niet op bijlage B van richtlijn 85/511/EEG stond vermeld.
Het College stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van ambtshalve toetsing aan gemeenschapsrechtelijke gronden en de status van het laboratorium. Het Hof oordeelde dat het gemeenschapsrecht geen verplichting tot ambtshalve toetsing oplegt en dat nationale procedures niet ongunstiger mogen zijn dan vergelijkbare nationale vorderingen.
Het College oordeelde dat verweerder appellant ten onrechte niet de mogelijkheid had geboden kennis te nemen van en te reageren op relevante laboratoriumgegevens, waarmee het besluit in strijd was met artikel 3:2 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in proceskosten en griffierecht vergoed aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van het recht op kennisname en reactie op laboratoriumgegevens.