ECLI:NL:CBB:2010:BO6727
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E. Dijt
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van doorlopende toezichtskostenheffing door AFM aan GoodWood c.s.
GoodWood c.s. maakten bezwaar tegen door AFM opgelegde heffingen voor doorlopend toezicht over 2006, gebaseerd op de Wet financiële dienstverlening en bijbehorende ministeriële regelingen. De rechtbank oordeelde dat de heffingen onredelijk en met terugwerkende kracht waren opgelegd, waardoor de besluiten onverbindend waren en vernietigde deze.
AFM ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de heffingen rechtmatig waren, dat de regelgeving zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de heffingen voorzienbaar waren. Het College stelde vast dat de heffingen grotendeels gebaseerd waren op vóór 2006 ingelegd vermogen en dat GoodWood c.s. een onevenredig groot deel van de totale toezichtkosten droegen.
Het College oordeelde dat de regelgeving niet in strijd is met het wettelijk kader, maar dat de hoogte van de heffing onevenredig was ten opzichte van de toezichtinspanning en het profijt voor GoodWood c.s. Hierdoor is de Vaststellingsregeling onverbindend voor zover deze de heffingen aan GoodWood c.s. oplegt. De besluiten van AFM werden vernietigd en het beroep van GoodWood c.s. tegen de gewijzigde beslissingen op bezwaar gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van AFM wordt ongegrond verklaard en de besluiten van 17 februari 2009 worden vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en rechtszekerheid.