ECLI:NL:CBB:2010:BO6728
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E. Dijt
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid van heffingsregeling toezichtkosten AFM voor kleine aanbieders beleggingsobjecten
De zaak betreft een hoger beroep van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de heffingen wegens doorlopend toezicht over 2006 aan Tellit B.V. en Eco Capital de Costa Rica SA (ECCR) vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het vaste basistarief van € 20.000 plus een variabele heffing voor sommige aanbieders van beleggingsobjecten, waaronder Tellit en ECCR, onevenredig zwaar uitpakt en daarom onverbindend is.
AFM voerde aan dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld en dat de heffingen redelijk en evenredig waren, mede omdat het toezicht in 2006 intensief was en de heffingen gebaseerd waren op ingelegde gelden. Het College stelde vast dat de heffingen voor Tellit en ECCR substantieel waren in verhouding tot hun ingelegd vermogen en dat de rechtbank terecht had meegewogen dat bij gelijkblijvende heffingen over twintig jaar het ingelegde geld vrijwel geheel zou worden besteed aan toezichtkosten.
Het College concludeerde dat de minister bij de totstandkoming van de regeling onvoldoende rekening had gehouden met de draagkracht van kleine aanbieders en dat de regeling daardoor onevenredig uitwerkt. De regeling is daarom onverbindend voor deze subcategorie en de besluiten van AFM worden vernietigd. Het College benadrukte dat toekomstige heffingen evenredig moeten zijn en rekening moeten houden met de draagkracht, om toetreding en blijvende deelname aan de markt niet te belemmeren.
Uitkomst: De heffingsregeling voor doorlopend toezicht is onverbindend voor kleine aanbieders van beleggingsobjecten en de besluiten van AFM worden vernietigd.