ECLI:NL:CBB:2011:BU9159
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling boeteoplegging wegens kartelgedrag in installatiesector met toepassing ne bis in idem en verjaring
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens deelname aan verboden kartelafspraken in de installatiesector in de periode 1998-2001. Appellante werd tweemaal beboet voor dezelfde overtreding, deels als zelfstandige onderneming en deels als onderdeel van een concern.
Appellante voerde aan dat sprake was van schending van het ne bis in idem-beginsel en dat de boetebevoegdheid was vervallen wegens verjaring. Het College concludeerde dat appellante niet dubbel is bestraft omdat de boetes betrekking hadden op verschillende perioden en economische entiteiten, en dat de sanctiebevoegdheid niet was vervallen aangezien de overtreding als één voortdurende inbreuk werd beschouwd die eindigde op 31 december 2001.
Verder oordeelde het College dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, zowel bestuursrechtelijk als in de rechterlijke fase, en paste daarom een boetevermindering van 10% toe. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de boete betrof, waarna het oorspronkelijke besluit werd herroepen en de boete verlaagd tot €1.214.765.
Tot slot werd NMa veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De overige grieven werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de hoogte van de boete, die wordt verminderd tot €1.214.765 wegens overschrijding van de redelijke termijn.