ECLI:NL:CBB:2012:BW7731
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- H.O. Kerkmeester
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Verplichting apotheek tot contracteren met zorgverzekeraars bij aanmerkelijke marktmacht
De zaak betreft een geschil tussen Apotheek A en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de oplegging van een verplichting aan de apotheek om met zorgverzekeraars overeenkomsten te sluiten. De NZa had op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vastgesteld dat Apotheek A over aanmerkelijke marktmacht (AMM) beschikt op de relevante markt voor de levering van receptgeneesmiddelen en UA-middelen binnen een straal van 8 kilometer. Hierdoor kan Apotheek A zich onafhankelijk gedragen en mededinging belemmeren.
Apotheek A voerde aan dat de NZa niet bevoegd was, dat zij geen AMM bezit, en dat de opgelegde maatregel disproportioneel is. Het College oordeelde dat de NZa wel bevoegd is omdat de maatregel ziet op de zorginkoopmarkt. Het beroep op artikel 102 VWEU Pro faalde omdat de gedraging geen merkbare grensoverschrijdende handel beïnvloedt. De afbakening van de relevante markt en de vaststelling van AMM werden bevestigd op basis van marktaandeel en marktanalyse.
De NZa stelde dat de verplichting proportioneel is en noodzakelijk om de betaalbaarheid van farmaceutische zorg te waarborgen, mede door het preferentiebeleid van zorgverzekeraars. Apotheek A had onvoldoende onderbouwd dat lichtere maatregelen mogelijk waren. Het College concludeerde dat de voordelen van de maatregel zwaarder wegen dan de nadelen en wees het beroep af. De verplichting geldt voor drie jaar en beoogt concurrentie en betaalbaarheid te bevorderen.
Uitkomst: De verplichting aan Apotheek A om onder redelijke voorwaarden met zorgverzekeraars te contracteren wordt bevestigd voor een periode van drie jaar.