ECLI:NL:CBB:2012:BY0658
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding rookverbod in horecagelegenheid ondanks rookruimte aanduiding
Appellante exploiteert een discotheek waar op 18 juli 2009 tijdens een inspectie werd vastgesteld dat in een als rookruimte aangeduid bargedeelte werd gerookt terwijl werknemers daar werkzaamheden verrichtten. De minister legde daarop een boete van €300,- op wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij het College van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Het College oordeelt dat de resultaatsverplichting uit artikel 11a Tabakswet vereist dat werknemers hun werkzaamheden kunnen verrichten zonder hinder of overlast van rook. Een ruimte waar normale horecawerkzaamheden plaatsvinden kan niet als rookruimte worden aangemerkt, ook niet als deze als zodanig is aangeduid en afgesloten is. Appellante's stelling dat werknemers zelf kunnen kiezen om in de rookruimte te werken faalt omdat werknemers in die ruimte niet gevrijwaard zijn van rookoverlast.
Daarnaast is geen sprake van strijd met het legaliteitsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Het griffierecht dat hoger is dan de boete vormt geen belemmering voor effectieve toegang tot de rechter, omdat appellante tijdig heeft betaald en geen betalingsonmacht heeft aangevoerd. Het College bevestigt daarom de boete en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €300,- wordt bevestigd.