ECLI:NL:CBB:2013:BZ9960
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.L.W. Aerts
- W.E. Doolaard
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursbesluiten over inschrijving uittreden voorzitter vereniging wegens schending hoorplicht
Appellant was voorzitter van een vereniging en betwistte zijn uittreding die door verweerster in het handelsregister was ingeschreven. Hij stelde dat zijn ontslag niet rechtsgeldig was en dat hij niet persoonlijk was gehoord in de bezwaarprocedure. Verweerster had op 31 augustus 2011 een besluit genomen dat volgens haar ook het persoonlijke bezwaar van appellant betrof, maar het College oordeelde dat dit niet duidelijk was en dat het besluit van 19 oktober 2011 het eerste besluit was dat op het persoonlijke bezwaar inging.
Het College stelde vast dat appellant niet in persoon was gehoord, terwijl dit volgens artikel 7:2 Awb Pro verplicht was omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Hierdoor werd het besluit van 19 oktober 2011 vernietigd. Desondanks bleven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant op 11 juni 2011 rechtsgeldig door de algemene ledenvergadering was ontslagen.
Verder oordeelde het College dat verweerster een dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen op het persoonlijke bezwaar van appellant, en stelde deze vast op €490. Ook werd het besluit van 7 maart 2012 vernietigd wegens dezelfde schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen bleven eveneens in stand. Verweerster werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerster wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom en proceskosten.