ECLI:NL:CBB:2015:403
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- E. Dijt
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ondertoezichtplaatsing rundveebedrijven wegens aanwezigheid verboden stoffen
Bij afzonderlijke besluiten van 24 april 2008 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken op grond van artikel 4 van Pro de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten alle runderen op de bedrijven van appellanten onder officieel toezicht geplaatst vanwege de aanwezigheid van residuen van delta 1-testosteron in urinemonsters van kalveren.
Appellanten voerden aan dat de aanwezigheid van deze stof niet het bewijs leverde van toediening en dat de ondertoezichtplaatsing (OTP) ten onrechte was opgelegd. Zij stelden zich op het standpunt dat de bedrijfsschade vergoed moest worden en verzochten om proceskostenvergoeding.
Het College overwoog dat op grond van vaste jurisprudentie de enkele aanwezigheid van residuen van verboden stoffen voldoende is voor het opleggen van de OTP. Het argument dat de kalveren niet uit de handel zouden zijn genomen, deed hieraan niet af. Het College stelde vast dat de kalveren wel degelijk zijn meegenomen en vernietigd.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. H.A.B. van Dorst-Tatomir, mr. E. Dijt en mr. H.A.A.G. Vermeulen op 10 maart 2015.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de ondertoezichtplaatsing van de rundveebedrijven.