Masterrind GmbH heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor uitvoerrestituties vanwege vermeende overschrijding van transport- en rusttijden bij het vervoer van runderen. Het primaire besluit en het bestreden besluit wezen de aanvraag af. Het College wachtte de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie af, die bevestigde dat de som van transport- en rusttijden de 29 uur niet mag overschrijden, met een mogelijke verlenging van 2 uur in het belang van dieren.
De transporten met journaalnummers 0065358 en 0065359 overschreden zowel de maximale als de verlengde transporttijd, terwijl transport 0065360 de maximale tijd overschreed zonder dat een geldige verlenging was aangetoond. Masterrind betoogde dat de rusttijden in het belang van dieren waren en dat onvoorziene omstandigheden zich voordeden, maar het College verwierp deze argumenten. Ook het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat de toepasselijke EU-regelgeving duidelijk is.
Daarnaast stelde Masterrind dat de redelijke termijn was overschreden, waarop het College vaststelde dat de bezwaar- en beroepsfase samen meer dan vijf jaar duurden, waarvan een deel redelijkerwijs kon worden toegerekend aan het wachten op de prejudiciële beslissing. Het College veroordeelde de minister van Justitie en Veiligheid tot betaling van een immateriële schadevergoeding van € 2.500,- en een proceskostenvergoeding.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten.