ECLI:NL:CBB:2019:143
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag zonneboiler wegens te late indiening zonder hardheidsclausule
Appellant diende op 26 december 2017 een subsidieaanvraag in voor een zonneboiler, met als datum van ingebruikname 24 april 2017. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de verplichte termijn van zes maanden na installatie was ingediend, zoals voorgeschreven in artikel 4.5.12 van de Regeling nationale EZ-subsidies.
Appellant voerde aan dat de late indiening te wijten was aan ernstige ziekte van zijn vrouw en dat hij op grond van telefonisch contact met verweerder mocht vertrouwen op coulance. Verweerder had bovendien om aanvullende informatie gevraagd, wat volgens appellant een toezegging inhield dat de aanvraag inhoudelijk zou worden behandeld.
Het College oordeelt dat de regeling dwingend voorschrijft dat te late aanvragen moeten worden afgewezen en dat er geen hardheidsclausule bestaat. Het verzoek om coulance kan daarom niet worden gehonoreerd. Ook is geen sprake van een rechtens te honoreren toezegging door het bestuursorgaan, zodat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor de zonneboiler is terecht afgewezen wegens te late indiening zonder mogelijkheid tot coulance.