Appellante vroeg subsidie aan voor een warmtepomp in haar nieuwbouwwoning, maar diende de aanvraag pas in na de wettelijke termijn van zes maanden na oplevering van de woning. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 4.5.12 van de Regeling nationale EZ-subsidies, waarin dwingend is voorgeschreven dat te late aanvragen moeten worden afgewezen.
Appellante voerde aan dat zij pas maanden na oplevering door het bouwbedrijf werd geïnformeerd over de subsidiemogelijkheid en dat een andere aanvrager uit hetzelfde nieuwbouwproject die ook te laat was, wel subsidie had ontvangen. Het College overwoog dat de Regeling geen hardheidsclausule bevat en dat de omstandigheid van late informatieverstrekking geen rol kan spelen bij de beoordeling.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat het College niet gebonden is aan eerdere fouten van het bestuursorgaan en omdat de andere aanvraag mogelijk tijdig was ingediend op basis van een latere opleverdatum. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.