ECLI:NL:CBB:2022:363
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag warmtepomp wegens te late indiening bevestigd
Appellante vroeg subsidie aan voor een warmtepomp die op 10 april 2020 was geïnstalleerd, maar diende de aanvraag pas op 19 oktober 2020 in, wat na de uiterste termijn van zes maanden viel. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 4.5.12 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. Appellante stelde dat zij door fysieke beperkingen en Covid-19 maatregelen niet tijdig kon aanvragen en deed een beroep op artikel 4:84 Awb Pro om van de regeling af te wijken.
Het College oordeelde dat artikel 4:84 Awb Pro niet van toepassing is op een algemeen verbindend voorschrift zoals de ministeriële regeling en verwierp het beroep. Tevens werd het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing geacht omdat appellante niet aannemelijk maakte dat tijdige indiening onmogelijk was. De aanvraag hoefde niet compleet te zijn om in behandeling te worden genomen, en de gemachtigde was tijdig geïnformeerd over de subsidie en uiterste datum.
Het College concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag afwees wegens te late indiening en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.