ECLI:NL:CBB:2022:450
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ISDE-subsidieaanvraag vanwege te late indiening na installatie warmtepomp
Appellant diende op 13 december 2020 een aanvraag in voor Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) voor een warmtepomp die op 25 november 2019 was geïnstalleerd. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de vereiste termijn van zes maanden na installatie was ingediend, zoals bepaald in artikel 4.5.12 van de Regeling nationale EZ-subsidies.
Appellant voerde aan dat de warmtepomp pas later in gebruik was genomen en dat vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder een corona-besmetting, de aanvraag te laat was ingediend. Tevens stelde appellant dat de regeling geen rekening houdt met de hogere kosten van vroege investeringen in warmtepompen.
Het College oordeelde dat de datum van installatie gelijk is aan de plaatsingsdatum en dat de regeling geen hardheidsclausule bevat die coulance toestaat. De persoonlijke omstandigheden van appellant bieden geen grond om af te wijken van de strikte termijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het besluit bevestigt dat de minister gebonden is aan de voorwaarden van de regeling en geen ruimte heeft voor belangenafwegingen in dit kader.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor de warmtepomp is terecht afgewezen vanwege te late indiening binnen zes maanden na installatie.