ECLI:NL:CBB:2019:394
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht biologisch gemengd bedrijf
Appellante exploiteert een gemengd biologisch landbouwbedrijf en voerde beroep aan tegen het door de minister vastgestelde fosfaatrecht, stellende dat zij als nieuw gestart biologisch bedrijf een uitzonderingspositie verdient en dat het fosfaatrechtenstelsel leidt tot een individuele en buitensporige last in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College oordeelt dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor een nieuw gestart bedrijf, aangezien zij reeds in 2013 melk produceerde. Tevens is het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd met artikel 1 van Pro het EP, mede omdat biologische melkveehouders geen uitzonderingspositie krijgen en worden gecompenseerd via vrijstelling van generieke korting.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last, mede omdat de uitbreidingsvergunning pas na de peildatum werd verleend en de financiële lasten grotendeels voortvloeien uit interne afspraken tussen vennoten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar vanwege onvoldoende motivering van het bestreden besluit in eerste aanleg wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.