ECLI:NL:CBB:2020:926
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en grondgebondenheid bij uitbreiding melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en heeft de varkenstak beëindigd om de melkveehouderij uit te breiden. Zij ontving een vrijstelling van de AMvB grondgebondenheid tot 2020. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast en paste een generieke korting toe, welke appellante betwistte.
Het College oordeelt dat de vrijstelling van de AMvB grondgebondenheid niet afdoet aan de toepassing van de generieke korting onder het fosfaatrechtenstelsel, vanwege de verschillende doelstellingen van de Wvgm en het fosfaatrechtenstelsel. Verder was de invoering van het fosfaatrechtenstelsel voorzienbaar ten tijde van de investeringen en bedrijfsplannen van appellante.
Appellante stelde dat zij geen uitbreider was, omdat de uitbreiding voortkwam uit beëindiging van de varkenstak en verduurzaming van de melkveetak. Het College acht dit niet onderscheidend van andere melkveehouders en wijst het beroep op een individuele en buitensporige last af.
De belangen van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de individuele belangen van appellante. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrecht en de generieke korting wordt ongegrond verklaard.