ECLI:NL:CBB:2021:448
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Energie-investeringsaftrek voor B&B wegens kwalificatie als woonhuis
Appellante exploiteert een bed and breakfast (B&B) en heeft een Energie-investeringsaftrek (EIA) aangevraagd voor energiebesparende investeringen in het B&B-gebouw. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat het gebouw naar aard, inrichting en beoogd gebruik als woonhuis moet worden aangemerkt. Volgens artikel 3.45 van de Wet inkomstenbelasting 2001 komen woonhuizen niet in aanmerking voor de EIA.
Appellante betoogde dat een eerdere aanvraag voor een ander B&B-gebouw wel was gehonoreerd en dat zij daarom mocht verwachten dat ook deze investering in aanmerking zou komen. Het College oordeelde echter dat de aard en inrichting van het gebouw doorslaggevend zijn en dat de eerdere toekenning onvoldoende is toegelicht om een beroep op het gelijkheids- of vertrouwensbeginsel te ondersteunen.
Het College bevestigde de rechtspraak van de Hoge Raad dat B&B-gebouwen met woonfuncties als woningen worden beschouwd, ook als de bewoning tijdelijk is. De afwijzing van de EIA-aanvraag is daarom terecht. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Energie-investeringsaftrek voor het B&B-gebouw is ongegrond verklaard omdat het gebouw als woonhuis wordt aangemerkt.