ECLI:NL:CBB:2022:561
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens verbouwing niet-ontvankelijk
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021, omdat de gehanteerde referentieperiode (eerste kwartaal 2019) niet representatief zou zijn door een verbouwing in die periode. De verbouwing was onderdeel van een bedrijfsverandering door een nieuwe aandeelhouder.
Het College overweegt dat de TVL-regeling geen mogelijkheid biedt om af te wijken van de referentieperiode, behalve voor startende ondernemingen, wat hier niet aan de orde is. Het ontbreken van een hardheidsclausule en het belang van snelle uitvoering van de regeling maken dat alleen in zeer bijzondere gevallen een uitzondering wordt gemaakt.
Het College acht de verbouwing geen uitzonderlijke omstandigheid die een afwijking rechtvaardigt, verwijzend naar eerdere uitspraken waarin vergelijkbare situaties werden afgewezen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op basis van het eerste kwartaal 2019.