ECLI:NL:CBB:2024:62
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onjuiste referentieperiode
De onderneming, ingeschreven sinds 1 januari 2019, exploiteerde een restaurant in een strandpaviljoen dat in oktober 2019 werd afgebroken. Vanaf juni 2020 exploiteerde zij een nieuw paviljoen met een ander concept. De onderneming vroeg subsidie aan voor Q4 2021 op grond van de TVL-regeling, waarbij zij Q3 2020 als referentieperiode wilde hanteren.
De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming niet voldeed aan de vaste lasten en omzetverlies eisen, en handhaafde Q1 2020 als referentieperiode. Het College oordeelt dat de onderneming geen nieuwe onderneming is maar een voortzetting van de bestaande, waardoor de uitzondering voor nieuwe ondernemingen niet van toepassing is.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de minister niet verplicht is een eerdere fout te herhalen. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat de regeling geen ruimte biedt voor afwijkingen buiten de genoemde uitzonderingen. De subsidieaanvraag wordt daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.