ECLI:NL:CBB:2023:270
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afwijking referentieperiode subsidie vaste lasten COVID-19
De vennootschap had subsidieaanvragen voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor Q4 2020 en Q1 2021 ingediend, die door de minister zijn afgewezen vanwege het ontbreken van omzet in de referentieperiodes van 2019. De vennootschap betoogde dat zij als startende onderneming moest worden aangemerkt omdat zij een nieuw restaurant op een nieuwe locatie was gestart na een periode van stilstand.
De minister handhaafde het standpunt dat de onderneming sinds 2016 in het handelsregister stond ingeschreven en dat de vennootschap daarom niet onder de uitzonderingsbepalingen voor starters valt. Ook stelde de minister dat de stillegging het gevolg was van ondernemersbeslissingen en niet van externe omstandigheden.
Het College oordeelde dat de vennootschap geen nieuwe bedrijfsactiviteiten onder een bestaande inschrijving had ingeschreven, maar dezelfde horeca-activiteiten voortzette op een andere locatie. De stillegging vanwege de bouw van een nieuw pand was geen bijzondere omstandigheid die afwijking van de referentieperiode rechtvaardigt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestuursorgaan hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat de TVL-regeling strikt wordt toegepast en dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de standaard referentieperiodes.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap tegen de afwijzing van de subsidieaanvragen wordt ongegrond verklaard.