Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2024 in de zaken tussen
[naam 1] B.V. ( [naam 2] ), te [woonplaats]
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Procesverloop
7 december 2021 is vastgesteld, was het opleggen van de last ook een noodzakelijk middel. Het opleggen van de last onder dwangsom is ook evenwichtig. [naam 2] heeft laten zien dat zij op andere locaties dan de drie waarvoor de last is opgelegd, wel kan voldoen aan de norm van artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit. Van de hoogte van de dwangsom dient voor [naam 2] een voldoende prikkel uit te gaan om de overtreding ongedaan te maken. [naam 2] heeft de aan de hoogte van de dwangsom ten grondslag liggende berekening, waarbij rekening is gehouden met de specifieke omstandigheden van [naam 2] , verder niet meer bestreden.
Beslissing
mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.