ECLI:NL:RVS:2024:1481
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom voor verontreinigde mest met drugsstoffen
Manege Sneek is eigenaar van een perceel waar in februari 2020 een drugslaboratorium werd aangetroffen. Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân legde last onder dwangsom op om verontreinigde mest met drugsstoffen niet te verplaatsen en later te laten verwijderen door een erkende verwerker.
Manege Sneek voerde aan dat de mest niet verontreinigd was met drugs en dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat de mest door aanwezigheid van amfetamine en methamfetamine als afvalstof moet worden beschouwd en dat Manege Sneek als eigenaar verantwoordelijk is omdat zij onvoldoende toezicht hield.
De Raad verwierp het betoog dat de lasten elkaar uitsluiten en dat de dwangsommen disproportioneel hoog zijn. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim drie jaar, waarbij de vergoeding deels voor rekening van het college en deels van de Staat komt.
De beroepen werden ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding werd toegewezen en het college en de Staat werden veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van Manege Sneek wordt ongegrond verklaard en zij wordt veroordeeld tot naleving van de last onder dwangsom; tevens wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.