Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraken I, II, III en IV;
- verklaart het beroep tegen de besluiten van 30 augustus 2012, 7 maart 2013, 20 september 2013 en 23 februari 2015 gegrond en vernietigt deze besluiten;
- herroept de besluiten van 13 maart 2012, 11 september 2012, 7 en 8 mei 2013 en 7 oktober 2014;
- voorziet zelf in de zaak zoals aangegeven in 4.14;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 30 augustus 2012, 7 maart 2013, 20 september 2013 en 23 februari 2015;
- veroordeelt het college tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade bestaande uit de wettelijke rente over het aan appellante na te betalen pgb met toepassing van artikel 4:102, tweede lid van de Awb;
- veroordeelt het college tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 1.000,-;
- veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en in beroep en de kosten van het bezwaar van in totaal € 5.197,50,-;
- bepaalt dat het college in de zaken 14/1635 en 14/1640 het in hoger beroep en in beroep door appellante betaalde griffierecht van in totaal € 330,- vergoedt;
- bepaalt dat de griffier van de Raad het in de zaken 15/6948 en 16/1520 geheven griffierecht van in totaal € 247,- zal terugstorten aan appellante;
- bepaalt dat het college in de zaken 15/6948 en 16/1520 het in beroep betaalde griffierecht van in totaal € 89,- aan appellante vergoedt.