ECLI:NL:CBB:2025:349
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overschrijding gebruiksnormen meststoffenwet na onjuiste vaststelling eindvoorraad vaste rundveemest
De vennootschap exploiteert een melkveebedrijf en werd door toezichthouders gecontroleerd op naleving van de gebruiksnormen in de Meststoffenwet over 2017. De minister legde een bestuurlijke boete op wegens overschrijding van de gebruiksnormen. De vennootschap stelde dat de minister de eindvoorraad vaste rundveemest ten onrechte te laag had vastgesteld, omdat er een extra opslag van 111 ton mest op een perceel aanwezig zou zijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn. In hoger beroep stond de vraag centraal of de minister de eindvoorraad juist had vastgesteld. Het College oordeelde dat de vennootschap onvoldoende objectief bewijs had geleverd om de aanwezigheid van de extra mestopslag aannemelijk te maken. De overgelegde luchtfoto’s en verklaringen van derden waren onvoldoende betrouwbaar en verifieerbaar.
Daarnaast beoordeelde het College ambtshalve de overschrijding van de redelijke termijn en concludeerde dat de minister al een maximale matiging had toegepast. Daarom was geen verdere matiging op zijn plaats. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bleef in stand. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het College bevestigt dat de minister de eindvoorraad vaste rundveemest juist heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.