ECLI:NL:CBB:2026:179
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt invordering verbeurde dwangsommen wegens overtreding dierenwelzijnsregels
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de invordering van verbeurde dwangsommen van in totaal € 3.000,- wegens het niet volledig uitvoeren van opgelegde maatregelen uit een last onder dwangsom. De last was opgelegd vanwege overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren, waarbij vijftien honden werden gehouden in omstandigheden die niet voldeden aan de wettelijke eisen.
De minister legde de last onder dwangsom op na een inspectie door een toezichthouder, die ernstige tekortkomingen constateerde in de huisvesting, ventilatie en bewegingsvrijheid van de honden. Na een hercontrole bleek dat drie van de vijf maatregelen niet waren nageleefd, waarop de minister de dwangsommen invorderde. Appellant voerde onder meer aan dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) niet bevoegd was, dat de overtredingen niet bewezen waren en dat de dwangsommen gematigd moesten worden vanwege financiële draagkracht.
Het College oordeelt dat de RVO wel bevoegd was en dat de last onder dwangsom formele rechtskracht heeft. De bevindingen van de toezichthouder worden als betrouwbaar beschouwd, mede omdat appellant deze niet heeft betwist met concrete onderbouwing. De minister heeft terecht vastgesteld dat de maatregelen niet zijn uitgevoerd en dat de dwangsommen daarom verbeurd zijn. De financiële draagkracht van appellant is onderzocht en de dwangsommen kunnen in termijnen worden betaald. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de verbeurde dwangsommen van € 3.000,- wordt bevestigd.