ECLI:NL:CBB:2026:20
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ENERGIEVIS-subsidie wegens niet kwalificeren als kmo door verbonden ondernemingen
De minister van Economische Zaken wees de subsidieaanvraag van [naam 1] B.V. af omdat zij geen micro-, kleine of middelgrote onderneming (kmo) is volgens de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de Groepsvrijstellingsverordening visserij (gvvv). [naam 1] is onderdeel van een groep waarbij de moederonderneming [naam 5] B.V. de meerderheid van de stemrechten bezit, waardoor de gegevens van deze verbonden onderneming moeten worden meegeteld bij de kwalificatie als kmo.
[naam 1] voerde aan dat de moederondernemingen geen invloed hebben op de interne markt en dat de omzet grotendeels buiten de EU wordt behaald, waardoor zij wel als kmo zou moeten worden aangemerkt. De minister stelde dat de geconsolideerde jaarrekening van [naam 5] aantoont dat de onderneming meer dan 250 werknemers heeft en een omzet van meer dan €50 miljoen, en dat de aandeelhoudersrelaties doorslaggevend zijn voor de kwalificatie.
Het College oordeelt dat de minister terecht de gegevens van de verbonden ondernemingen heeft meegeteld en dat [naam 1] daardoor niet kwalificeert als kmo. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Het College wijst ook het beroep af dat de afwijzing leidt tot onevenwichtige gevolgen, omdat het Europees staatssteunrecht niet kan worden genegeerd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] B.V. wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ENERGIEVIS-subsidie bevestigd omdat zij geen kmo is door de verbonden ondernemingen.