ECLI:NL:CBB:2026:20
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ENERGIEVIS-subsidie aan [naam 1] B.V. wegens niet kwalificeren als kmo
In deze uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 27 januari 2026, zaaknummer 24/569, werd het beroep van [naam 1] B.V. tegen de afwijzing van hun subsidieaanvraag voor de ENERGIEVIS-subsidie ongegrond verklaard. De minister van Economische Zaken had op 8 december 2023 de subsidieaanvraag afgewezen, omdat [naam 1] niet voldeed aan de criteria voor micro-, kleine of middelgrote ondernemingen (kmo) zoals gedefinieerd in de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. De minister baseerde zijn beslissing op de gegevens van de groepsondernemingen, aangezien [naam 1] een 100%-dochteronderneming is van [naam 6] B.V., die op haar beurt weer volledig in handen is van [naam 7] B.V. en [naam 5] B.V. De minister concludeerde dat de omzet, het balanstotaal en het aantal werknemers van deze verbonden ondernemingen meegeteld moesten worden, waardoor [naam 1] niet als kmo kon worden gekwalificeerd.
Tijdens de zitting op 3 december 2025 voerden de gemachtigden van [naam 1] aan dat de minister ten onrechte de gegevens van de moederondernemingen had betrokken en dat de steun niet zou leiden tot verstoring van de mededinging op de interne markt. De minister betoogde echter dat de gegevens van [naam 5] B.V. aantonen dat [naam 1] deel uitmaakt van een grote onderneming, die niet voldoet aan de kmo-criteria. Het College oordeelde dat de minister terecht had geoordeeld dat [naam 1] geen kmo is en dat de afwijzing van de subsidieaanvraag in overeenstemming was met de Europese staatssteunregels. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.