ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S.V. Hoogendijk-Deutsch
- N.J. Haverkamp
- G.A.J. van den Hurk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat centraal of eiser terecht is aangemerkt als minder dan 15% arbeidsongeschikt per 1 januari 1982, waardoor de aan hem toegekende uitkeringen ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) terecht zijn ingetrokken.
De Raad overweegt dat eiser op genoemde datum niet meer als arbeidsongeschikt kan worden beschouwd, omdat zijn verdiensten het loon dat hij als onderhoudsmonteur zou hebben kunnen verdienen overtroffen. De door eiser aangevoerde nieuwe bekwaamheden, die volgens hem tot een gewijzigde maatman zouden leiden, worden niet erkend omdat de gevolgde cursussen niet voldoen aan de vereisten van een opleiding van enige duur en zwaarte.
Daarnaast bevestigt de Raad dat gedaagde bevoegd was om de ten onrechte betaalde uitkeringen over de periode van 1 januari 1982 tot 1 augustus 1983 terug te vorderen. Eiser had redelijkerwijs moeten begrijpen dat de uitkering onterecht werd uitgekeerd, mede omdat hij verzuimde tijdig te informeren over zijn hogere inkomsten.
De Raad benadrukt dat zowel de plicht van de uitkeringsgerechtigde tot tijdige mededeling als de zorgvuldigheid van het uitvoeringsorgaan bij controle van belang zijn. In dit geval is geen sprake van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel door gedaagde. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen worden bevestigd omdat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.