ECLI:NL:CRVB:2013:2966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens geen maatmanwisseling en geen vertrouwensbeginsel
Appellante ontving sinds 1990 een WAO-uitkering en werkte vanaf 2007 als zelfstandige en later in loondienst als docente. Het UWV paste artikel 44 WAO Pro toe en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen uitkering over 2008-2010. De rechtbank oordeelde dat geen maatmanwisseling had plaatsgevonden omdat appellante haar opleiding nog niet had afgerond en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt dat een maatmanwisseling alleen kan worden aangenomen bij het succesvol afronden van een opleiding van enige duur en zwaarte, wat hier niet het geval was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het UWV geen ondubbelzinnige toezeggingen heeft gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen wekten.
Verder erkent de Raad dat het UWV een fout maakte door de inkomsten van appellante als zelfstandige in 2007 niet mee te nemen, maar dit leidt niet tot gerechtvaardigd vertrouwen dat artikel 44 WAO Pro niet zou worden toegepast in latere jaren. Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering blijft in stand. Vergoeding van schade wordt geweigerd.
Uitkomst: De terugvordering van de te veel betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt afgewezen.