ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- C.J. Bax
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende passendheid arbeid
Appellante werkte tot november 1979 als secretaresse bij een advocatenkantoor en ontving vanaf november 1980 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens een auto-ongeval. In 1993 werd zij medisch geschikt geacht voor haar oude functie, waarna de uitkeringen werden ingetrokken per 1 augustus 1993. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geschikt was voor soortgelijke arbeid als directiesecretaresse.
De Raad beoordeelde echter dat niet was komen vast te staan dat appellante geschikt was voor de functie zoals zij die in 1979 uitoefende, noch dat vergelijkbare arbeid met dezelfde belasting en beloning bij andere werkgevers beschikbaar was. De schatting van de functie was onvoldoende onderbouwd en de voorbeelden van directiesecretaressefuncties voldeden niet aan de vereiste gelijkwaardigheid.
De Raad oordeelde dat de intrekking van de uitkering in strijd was met de destijds geldende artikelen 5 AAW en 18 WAO. De uitspraak van de rechtbank en de bestreden beslissing werden vernietigd. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van geschiktheid voor oude of gelijkwaardige arbeid.