ECLI:NL:CRVB:2005:AU3875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening inkomsten vennootschap met wachtgelduitkering
Appellant was werkzaam bij het Centraal Diergeneeskundig Instituut tot zijn eervol ontslag in 1991, waarna hij wachtgeld ontving. Hij richtte tijdens en na zijn dienstverband twee BV's op, waarvan de inkomsten aanleiding waren voor herberekening en terugvordering van zijn wachtgeld over 1996.
De rechtbank oordeelde dat de inkomsten uit de BV's nieuw waren en niet als aangehouden inkomsten konden worden beschouwd, en wees het beroep van appellant af. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, stellende dat de inkomsten voortvloeien uit werkzaamheden die samenhangen met het ontslag en het overnemen van licentie- en patentrechten.
De Raad verwierp tevens het verweer dat de winst niet verrekend mocht worden omdat deze in de BV bleef, verwijzend naar vaste jurisprudentie waarin ook de nettowinst van een vennootschap kan worden betrokken bij de verrekening met wachtgeld. Ook het argument over fiscale middeling werd verworpen omdat deze niet had plaatsgevonden.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaald wachtgeld wegens verrekening met inkomsten uit vennootschappen.