ECLI:NL:CRVB:2013:961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WAO-uitkering wegens ontbreken toename medische beperkingen
Appellant, voormalig medewerker bediening in de horeca, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens hartklachten. Vanaf 1999 werkte hij als cliëntadviseur bij een bank, waardoor zijn WAO-uitkering werd stopgezet op grond van artikel 44 WAO Pro. In 2010 verzocht appellant om hernieuwde toekenning van de uitkering op grond van artikel 43a WAO.
Het UWV weigerde dit omdat de medische situatie ongewijzigd was gebleven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn situatie uniek was en dat hij na het verlies van zijn baan niet in staat was gangbare arbeid te verrichten zonder aanpassingen.
De Raad overwoog dat artikel 43a WAO alleen ziet op situaties met een toename van medische beperkingen ten opzichte van de intrekking. Aangezien appellant's medische beperkingen niet waren toegenomen en de functie van cliëntadviseur een reguliere functie is, is geen recht op WAO-uitkering aanwezig. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Geen recht op WAO-uitkering wegens het ontbreken van een toename van medische beperkingen.