ECLI:NL:CRVB:2006:AY2962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over herziening nabestaandenuitkering op grond van ANW en inkomensafhankelijkheid
Appellante ontving sinds september 1998 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had haar inkomen uit arbeid in mindering gebracht op de uitkering, wat leidde tot een lager bedrag. Appellante maakte bezwaar tegen deze inkomensafhankelijke verrekening, stellende dat dit een discriminerende behandeling vormde ten opzichte van voormalige AWW-gerechtigden die vóór 1 juli 1996 weduwe werden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde de behandeling aan totdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak deed in een gerelateerde zaak over het overgangsrecht bij de intrekking van de AWW en invoering van de ANW.
De Raad oordeelde dat appellante niet in dezelfde omstandigheden verkeert als de voormalige AWW-gerechtigden en dat het onderscheid in inkomensafhankelijke verrekening niet in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro of artikel 14 EVRM Pro. Tevens werd bevestigd dat de rechter geen toetsing aan algemene rechtsbeginselen kan verrichten die de wetgever reeds heeft afgewogen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.