ECLI:NL:CRVB:2001:AD6308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid en maatregel op grond van de Werkloosheidswet
Eiser was technisch directeur bij een bedrijf en werd op staande voet ontslagen. Hij bestreed het ontslag en vorderde wettelijke schadeloosstelling wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn. Na faillissement van de werkgever werd eiser een WW-uitkering toegekend, maar deels geweigerd wegens verwijtbaar werkloosheid omdat hij onvoldoende tegen het ontslag had geprotesteerd.
De rechtbank vernietigde de maatregel, maar appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelt dat sinds 1 augustus 1996 de reikwijdte van verwijtbare werkloosheid is verruimd en dat het berusten in ontslag op initiatief van de werkgever ook hieronder valt. De Raad acht het begrijpelijk dat eiser afzag van nietigheid van het ontslag vanwege de verstoorde arbeidsrelatie, het naderende faillissement en een nieuwe baan.
De Raad bevestigt de vernietiging van de besluiten en verplicht appellant een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motivering. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van de weigering van WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.