ECLI:NL:CRVB:2001:AD8046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van salarisanciënniteit bij herzieningsverzoek na functiewaardering
Appellante, sinds 1988 administratief medewerker bij de Sociale Dienst van de gemeente, was ingedeeld met een bepaalde salarisanciënniteit. Na een functiewaarderingsoperatie werd haar schaal verhoogd, maar de anciënniteit bleef ongewijzigd. Zij verzocht in 1996 om herziening van haar anciënniteit, stellende dat haar salaris lager was dan haar vroegere salaris in het bedrijfsleven.
De Commissie gelijke behandeling oordeelde in 1997 dat de gemeente door haar vaste gedragslijn indirect onderscheid naar geslacht maakte door onvoldoende rekening te houden met eerdere ervaring van herintreders. Desondanks wees de gemeente het verzoek tot herziening af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar anciënniteit te laag was en dat de gemeente haar in een vergelijkbaar geval wel tegemoet was gekomen. De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit van 1988 rechtens onaantastbaar was en dat het verzoek in 1997 geen nieuwe omstandigheid vormde die herziening rechtvaardigde. Ook ontbrak bewijs dat haar eerdere ervaring relevant genoeg was voor een hogere anciënniteit.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep van appellante ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot salarisanciënniteit wordt bevestigd.