ECLI:NL:CRVB:2002:AE6681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sollicitatieplicht en maatregelkorting WW-uitkering bij gedeeltelijke werkloosheid uitzendkracht
Gedaagde werd na het faillissement van zijn werkgever werkloos en ontving een WW-uitkering. Tegelijkertijd werkte hij als uitzendkracht bij de opvolger van zijn voormalige werkgever. Appellant legde een korting van 20% op de uitkering op wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen in de periode oktober 1998 tot maart 1999.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat ook in weken zonder recht op uitkering sollicitaties verricht hadden moeten worden en dat gedaagde onvoldoende had gesolliciteerd buiten het uitzendbureau.
De Raad oordeelde dat de sollicitatieplicht ook geldt voor gedeeltelijk werklozen en dat gedaagde onvoldoende sollicitaties had verricht. Wel achtte de Raad de mate van verwijtbaarheid verminderd omdat gedaagde aannemelijk kon maken dat hij aannam dat zijn uitzendwerk voldoende inspanning was. De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit met aangepaste maatregelkorting en veroordeelt appellant in de proceskosten.