ECLI:NL:CRVB:2002:AD9985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Werkgever is belanghebbende bij besluit herziening WAO-uitkering werknemer
In deze zaak betwistte het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat de werkgever als belanghebbende kon worden aangemerkt bij een besluit tot weigering van herziening van een WAO-uitkering van een werknemer. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen het besluit om de uitkering niet te herzien na een toename van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank had de werkgever ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar, maar het Uwv stelde hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de werkgever als belanghebbende moet worden beschouwd, ongeacht of het besluit een toekennings-, herzienings- of intrekkingsbesluit betreft. Dit volgt uit artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en eerdere jurisprudentie.
De Raad overwoog dat het belang van de werkgever voldoende actueel, concreet en rechtstreeks is, mede gelet op zijn rol bij de uitvoering van de WAO en de financiële en organisatorische gevolgen van het besluit. De Raad wees het hoger beroep af en veroordeelde het Uwv in de proceskosten. Tevens werd griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en de werkgever wordt als belanghebbende erkend.