ECLI:NL:CRVB:2003:AF6254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Verlengde loondoorbetalingsplicht wegens te late ziekmelding leidt tot uitstel WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over de uitbetaling van een WAO-uitkering aan een werknemer. Het Uwv had de uitbetaling van de WAO-uitkering met 47 dagen uitgesteld omdat de werkgever te laat was met de ziekmelding. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit echter en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de werkgever geen belanghebbende zou zijn.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de werkgever wel degelijk als belanghebbende moet worden aangemerkt bij besluiten over WAO-uitkeringen van werknemers, ongeacht het type besluit. Wel moet de werkgever een processueel belang hebben, wat hier het geval is omdat het uitstel van de uitkering invloed kan hebben op de WAO-premie. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.
De Raad overweegt verder dat het Uwv de loondoorbetalingsverplichting van 47 dagen baseert op de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer en niet direct op het besluit tot uitstel van de uitkering. De werkgever betwist de proportionaliteit en rechtmatigheid van deze sanctie. De Raad beveelt ook dat de werknemer opnieuw de mogelijkheid moet krijgen om als partij deel te nemen aan het geding. Tot slot veroordeelt de Raad het Uwv voorwaardelijk in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan de werkgever wordt vergoed.
Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling en het Uwv wordt voorwaardelijk veroordeeld in proceskosten.