ECLI:NL:CRVB:2002:AE6057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onterecht aannemen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving van mei 1993 tot april 1994 een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden samen met een ander, met wie zij een gezamenlijke huishouding voerde. Vanaf april 1994 ontving zij een uitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder. In 1997 trok de gemeente Groningen de uitkering in en vorderde de ontvangen bijstand terug, omdat werd aangenomen dat appellante vanaf 1 juli 1997 weer een gezamenlijke huishouding voerde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar niet-ontvankelijk en het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak.
De Raad stelde vast dat de gemeente onvoldoende feitelijke gegevens had aangedragen waaruit kon worden afgeleid dat appellante en de ander in de relevante periode zorg droegen voor elkaar of een gezamenlijke huishouding voerden. Hierdoor hield het besluit tot intrekking en terugvordering geen stand wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.