ECLI:NL:CRVB:2006:AY8410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding vernietigd en terugverwezen naar rechtbank
Appellanten ontvingen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Apeldoorn waarin bijstand werd herzien en teruggevorderd wegens vermeerd vermogen, met een opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht. Het College verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde betaling van de vordering en boete. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 2 juli 2004 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, en handhaafde het besluit van 26 november 2004.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het College niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit tijdig en op de juiste wijze was verzonden. De Raad stelde vast dat het registratiesysteem van het College geen bewijs leverde dat het besluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, omdat de verzenddatum niet was geregistreerd en er geen bewijs was van aanbieding aan TPG Post.
Daarom oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte de niet-ontvankelijkheid had aangenomen. Tevens was het onjuist dat de rechtbank het beroep tegen het latere besluit als ongegrond had verklaard op basis van die niet-ontvankelijkheid. De Raad vernietigde de uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een inhoudelijke beoordeling van de besluiten. Tevens bepaalde de Raad dat de gemeente Apeldoorn het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellanten moet vergoeden.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.