ECLI:NL:CRVB:2004:AR6064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand in geldlening wegens niet-nakoming betalingsverplichtingen
Appellant ontving in 1996 een rentedragende geldlening ter voorziening in bedrijfskapitaal van f 40.000,--. In de schuldbekentenis was vastgelegd dat hij vanaf december 1996 rente en vanaf juni 1997 rente en aflossing moest betalen. Door uitblijven van betalingen en ondanks aanmaningen in 2001, vorderde gedaagde de lening inclusief achterstallige rente terug.
De rechtbank vernietigde een eerdere terugvorderingsbeslissing vanwege het ontbreken van voorafgaande aanmaningen, waarna gedaagde een nieuw besluit nam tot terugvordering met toepassing van artikel 83 Abw Pro. Appellant stelde zich op het standpunt dat het project waarvoor de lening was verstrekt niet van de grond kwam, maar dit risico ligt bij de zelfstandige zelf.
De Raad oordeelt dat appellant de betalingsverplichtingen niet is nagekomen en dat gedaagde conform artikel 83 Abw Pro en artikel 20 Bbz Pro tot terugvordering moest overgaan na twee aanmaningen. Er waren geen dringende redenen in de zin van artikel 78, derde lid, Abw om van terugvordering af te zien. De financiële situatie van appellant en het tijdsverloop rechtvaardigen geen uitzondering.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De terugvordering van de rentedragende geldlening wordt bevestigd wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen zonder dringende redenen om hiervan af te zien.