ECLI:NL:CRVB:2004:AR7465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgevolgen na vernietiging besluit over functiegroepindeling in horecapersoneel
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen die een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vernietigde wegens onvoldoende motivering omtrent herberekening van premies en boetes.
Het geschil betreft de toepassing van artikel 3 van Pro het Fooienbesluit en de daarbij behorende functiegroepindeling van het horecapersoneel van appellant. De rechtbank had het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten.
De Raad stelt vast dat gedaagde, het Uwv, bevoegd is om bij gebrek aan betrouwbare loonadministratie een schatting te maken van de functiegroepindeling op redelijke gronden. De Raad onderschrijft de gehanteerde indeling in functiegroep III voor het overgrote deel van het personeel.
Appellant kon onvoldoende verifieerbare gegevens aanleveren om de schatting te weerleggen. Ook het verweer dat de bewijslast onterecht zou zijn omgekeerd, faalt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit en wijst het hoger beroep van appellant af.