ECLI:NL:CRVB:2005:AS6572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en terugvordering WW-uitkering wegens overtreding mededelingsverplichting
Appellant kreeg vanaf 15 april 1998 een WW-uitkering op basis van een arbeidsurenverlies van 38,5 uur per week. Hij verrichtte daarnaast freelance werkzaamheden binnen een maatschap die hij met zijn vrouw was gestart, maar gaf niet volledig alle uren op die hij als zelfstandige besteedde. Uit een rapport van de opsporingsdienst bleek dat appellant vanaf 29 juli 1998 tot en met 31 december 2000 zelfstandige werkzaamheden verrichtte zonder dit volledig te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn mededelingsplicht niet had geschonden en dat zijn zelfstandige werkzaamheden niet zodanig waren dat het recht op WW-uitkering geheel was geëindigd. Tevens stelde hij dat terugvordering geheel of gedeeltelijk achterwege had moeten blijven.
De Raad oordeelde dat appellant slechts de gedeclareerde uren had opgegeven, terwijl ook uren besteed aan acquisitie, zelfstudie, reistijd en administratie hadden moeten worden gemeld. Dit was niet gebeurd, waardoor de mededelingsplicht was geschonden. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering en de terugvordering wegens onjuiste opgave van zelfstandige werkzaamheden.